Bijtelling elektrische auto 2026: zo berekent u het (percentages, plafond en voorbeelden)
Bijtelling elektrische auto in 2026: 18% tot €30.000, 22% daarboven (max €1.200 korting). Berekening, rekenvoorbeelden, 60-maandenregel en thuisladen onbelast vergoeden.
Aubin Aycaguer, Chief of Staff, Voltaback6 aug 2026

De bijtelling voor een elektrische auto van de zaak bedraagt in 2026 18% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere. Het verlaagde tarief levert een voordeel op van maximaal €1.200 per jaar ten opzichte van een benzineauto. Het percentage staat 60 maanden vast vanaf de eerste toelating.
Eén punt dat vaak wordt vergeten: de stroom die de werkgever voor het thuisladen vergoedt, valt buiten de bijtelling en blijft onbelast, mits die tegen de werkelijke kostprijs wordt vergoed. Deze gids is bedoeld voor HR- en comp & ben-teams, finance, wagenparkbeheerders en berijders die de bijtelling precies willen berekenen en fiscaal waterdicht willen houden.
Wat is bijtelling, en waarom de elektrische auto het verschil maakt
Bijtelling is de waarde van het privégebruik van een auto van de zaak, die bij het belastbaar inkomen van de werknemer wordt opgeteld. Wie met de zakelijke auto ook privé rijdt, geniet volgens de fiscus een voordeel, en over dat voordeel betaalt de werknemer inkomstenbelasting. De hoogte hangt af van twee dingen: de cataloguswaarde van de auto en het bijtellingspercentage.
Voor een volledig elektrische auto ligt dat percentage in 2026 lager dan voor een benzine- of dieselauto, maar alleen tot een bepaald bedrag. Dat maakt de elektrische auto van de zaak nog steeds aantrekkelijker op de loonstrook, terwijl het verschil met een brandstofauto elk jaar kleiner wordt.
Precies daarom is dit hét moment om de rekensom scherp te maken: voor de werknemer die zijn nettoloon ziet veranderen, voor finance die de werkgeverslasten bewaakt, en voor de wagenparkbeheerder die het juiste moment van toelating kiest.
De bijtelling voor elektrische auto's in 2026: percentages en plafond
In 2026 kent de bijtelling twee tarieven: 18% en 22%. Voor een volledig elektrische auto geldt 18% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde. Over het deel boven €30.000 geldt het normale tarief van 22%. Die grens van €30.000 heet het bijtellingsplafond (de "cap"). Omdat het verschil tussen 18% en 22% precies 4% is, is het maximale voordeel begrensd op 4% × €30.000 = €1.200 bruto per jaar.
Bijtelling elektrische auto: tarieven per jaar
Jaar | Tarief tot €30.000 | Tarief boven €30.000 | Max. voordeel t.o.v. 22% |
|---|---|---|---|
2024 | 16% | 22% | €1.800 |
2025 | 17% | 22% | €1.500 |
2026 | 18% | 22% | €1.200 |
2027 | 20% | 22% | €600 |
2028 | 22% | 22% | €0 |
Vanaf 2028 betaalt elke auto 22%, elektrisch of niet. Het voordeel verdwijnt dus stap voor stap. Reden te meer om de timing van een nieuwe leaseauto bewust te kiezen (zie de 60-maandenregel verderop). Het officiële overzicht staat bij de Belastingdienst.
Zo berekent u de bijtelling, stap voor stap
De berekening is altijd dezelfde: neem de cataloguswaarde, pas het tarief tot €30.000 toe, tel het tarief over het meerdere erbij op, en trek een eventuele eigen bijdrage af. Het resultaat is het bedrag dat bij uw belastbaar inkomen wordt opgeteld. Wat u er netto van merkt, hangt af van uw marginale tarief (grofweg 37% in de eerste schijf, 49,5% in de hoogste).
Voorbeeld: elektrische auto met een cataloguswaarde van €40.000 (2026).
1. Eerste €30.000 × 18% = €5.400.
2. Resterende €10.000 × 22% = €2.200.
3. Bruto bijtelling = 5.400 + 2.200 = €7.600 per jaar.
4. Netto kosten: €7.600 × 37% ≈ €2.812 per jaar (±€234 per maand), of × 49,5% ≈ €3.762 per jaar (±€314 per maand) in de hoogste schijf.
Rekenvoorbeelden: bruto bijtelling per cataloguswaarde (2026)
Cataloguswaarde | Berekening | Bruto bijtelling/jaar | Voordeel t.o.v. benzine |
|---|---|---|---|
€30.000 | 30.000 × 18% | €5.400 | €1.200 |
€40.000 | 30.000 × 18% + 10.000 × 22% | €7.600 | €1.200 |
€60.000 | 30.000 × 18% + 30.000 × 22% | €12.000 | €1.200 |
Let op het patroon: boven €30.000 loopt het voordeel niet verder op. Of de auto nu €40.000 of €60.000 kost, het maximale voordeel ten opzichte van een benzineauto blijft €1.200 bruto per jaar. Voor een dure EV weegt de bijtelling dus bijna even zwaar als voor een brandstofauto: het fiscale voordeel zit vooral in het instap- en middensegment.
Elektrisch vs benzine: het verschil op de loonstrook
Neem twee auto's van €40.000, de één elektrisch, de ander op benzine.
- Benzine: 40.000 × 22% = €8.800 bijtelling per jaar.
- Elektrisch: 30.000 × 18% + 10.000 × 22% = €7.600 bijtelling per jaar.
Het verschil in grondslag is €1.200 per jaar. Voor de werknemer in de hoogste schijf scheelt dat netto ongeveer €594 per jaar (€1.200 × 49,5%); in de eerste schijf ongeveer €444.
Dat is de directe belastingwinst, nog vóór u de lagere energie- en onderhoudskosten van een EV meerekent. Bij een wagenpark van 50 auto's telt dat op, en het is een van de weinige voordelen die de werknemer élke maand op zijn strook terugziet.
De 60-maandenregel: waarom het moment van toelating telt
Het bijtellingspercentage dat geldt bij de eerste toelating van de auto, staat 60 maanden (vijf jaar) vast. Die periode begint op de eerste dag van de maand na de maand van eerste toelating. Een elektrische auto die in 2026 op kenteken wordt gezet, houdt dus vijf jaar lang het tarief van 18% tot €30.000, ook al stijgt het algemene tarief daarna.
Dat maakt de timing tot een concrete keuze. Een auto die nog in 2026 wordt toegelaten, bevriest het gunstigere tarief tot in 2031. Wie wacht tot 2027 of later, zit vast aan een hoger percentage voor de volle vijf jaar. Voor wagenparkbeheerders is dit het belangrijkste stuurmiddel: het gaat niet om de besteldatum, maar om de datum van eerste toelating.
Geen of lagere bijtelling: de uitzonderingen
Er zijn drie manieren waarop de bijtelling lager uitvalt of vervalt.
- Minder dan 500 km privé per jaar. Rijdt u aantoonbaar minder dan 500 privékilometers per jaar, dan betaalt u géén bijtelling. Dat bewijst u met een sluitende rittenregistratie en een "Verklaring geen privégebruik auto" van de Belastingdienst. De bewijslast ligt volledig bij de werknemer; bij twijfel volgt een naheffing plus boete.
- Eigen bijdrage voor privégebruik. Een eigen bijdrage die de werknemer betaalt, gaat rechtstreeks van de bijtelling af. €150 per maand verlaagt de bruto bijtelling met €1.800 per jaar.
- Auto ouder dan 15 jaar. Voor youngtimers en oldtimers gelden aparte regels (bijtelling over de waarde in het economisch verkeer), maar voor een zakelijk wagenpark speelt dat zelden.
Thuisladen van de auto van de zaak: de stroom valt buiten de bijtelling
Dit is het meest gestelde en meest misbegrepen punt. De bijtelling dekt het privégebruik van de auto, niet de stroom. De elektriciteit die nodig is om een auto van de zaak te laden, is een kostenpost van de werkgever, geen loon van de werknemer.
Laadt de werknemer thuis en neemt de werkgever die stroom voor zijn rekening, dan is dat een vergoeding van intermediaire kosten: die vormt geen loon en blijft onbelast, zolang de vergoeding niet hoger is dan de werkelijke uitgaven. De werkgever mag met andere woorden de integrale kostprijs van de stroom onbelast vergoeden, maar geen cent meer.
En daar zit het venijn. Onbelast betekent niet zonder onderbouwing. Een vast forfait of een grove schatting is al snel te hoog of te laag: het werkelijke kWh-tarief verschilt per contract, per leverancier en per moment (piek of dal), en tussen de laadpaal en de meter gaan laadverliezen verloren die u moet meerekenen.
Vergoedt de werkgever te veel, dan wordt het meerdere alsnog belast loon. Vergoedt hij te weinig, dan draait de werknemer op voor de laadkosten van een zakelijke auto. Beide zijn onnodig. Lees ook hoe medewerkers hun laadkosten declareren.
Stel u een wagenparkbeheerder voor bij een grote werkgever met honderden auto's van de zaak. Elke bestuurder laadt 's avonds thuis: de een met een vast contract, de ander met een dynamisch nachttarief of zonnepanelen op het dak.
Voor elk van hen handmatig het juiste bedrag berekenen is onbegonnen werk, en een vast forfait is al snel te hoog of te laag. Precies daar lopen grote werkgevers tegenaan, en het is de reden dat meer dan 200 organisaties, waaronder Philips, Equans, BNP Paribas, Lyreco en Sodexo, hun thuisladen intussen automatisch laten afhandelen.
Dit is precies wat Voltaback oplost. Voltaback is 100% software: het meet het thuisladen op de installatie die de berijder al heeft, of dat nu een gewoon stopcontact, een verzwaarde aansluiting of een wallbox is, met of zonder slimme meter, in een appartement of een huis, zelfs met zonnepanelen.
Er is niets per auto aan te schaffen, te verzekeren of te vervangen. Elke maand berekent het de vergoeding tegen de werkelijke kostprijs, tot op de cent, door het echte stroomtarief van de berijder toe te passen én de laadverliezen mee te rekenen.
Zo blijft de vergoeding onbelast (intermediaire kosten) en wordt elke sessie aan een specifieke auto gekoppeld, zodat elke vergoeding betrouwbaar en controleerbaar is. De nauwkeurigheid is onafhankelijk geaudit door een externe auditor (gemiddelde afwijking 1,22%), het platform is ISO 27001-gecertificeerd en AVG-conform, en grote Europese groepen rekenen erop.
Prijzen vanaf minder dan €13 per maand per auto, afhankelijk van de grootte van het wagenpark, zonder hardwarekosten. Neem contact op voor een demo.
Nieuw in 2026: naast de werkelijke stroomkosten kan de werknemer voor thuisgeladen stroom ook een vergoeding voor ERE-certificaten ontvangen. Ook die vergoeding vormt geen loon. Ze kan wel invloed hebben op het bedrag dat de werkgever daarnaast onbelast mag vergoeden, reden te meer om de werkelijke kosten sluitend vast te leggen.
Veelgemaakte fouten (checklist)
- De cataloguswaarde verwarren met de aanschafprijs. De bijtelling rekent met de cataloguswaarde inclusief btw en bpm, niet met de onderhandelde prijs of de leaseprijs.
- Het plafond van €30.000 vergeten en 18% over de hele waarde rekenen. Boven €30.000 geldt 22%.
- Het laadtarief te hoog schatten. Een te ruime laadvergoeding wordt belast loon. Vergoed de werkelijke kostprijs, inclusief laadverliezen.
- Denken dat de stroom onder de bijtelling valt. De bijtelling en de laadvergoeding zijn twee losse zaken, met elk hun eigen regels.
- De rittenregistratie niet sluitend bijhouden bij een beroep op de 500 km-grens. Zonder sluitend bewijs volgt een naheffing.
- De 60-maandenregel negeren bij de keuze van het toelatingsmoment.
Wat telt er, afhankelijk van uw rol
De bijtelling leest anders vanuit elke stoel. De tabel vat het belangrijkste samen, met de prioritaire actie per profiel.
Bijtelling elektrische auto 2026 per rol
Rol | Wat telt | Te controleren / actie |
|---|---|---|
HR / comp & ben | Aantrekkelijkheid en duidelijkheid voor de berijder | Netto bijtelling op de loonstrook simuleren, EV's in het instap- en middensegment aanbieden |
Finance (CFO/controller) | Werkgeverslasten en onbelaste laadvergoeding | Het verschil EV/benzine over het hele wagenpark becijferen, laadvergoeding tegen werkelijke kosten borgen |
Wagenparkbeheerder | Toelatingsmoment en 60-maandenregel | Toelating in 2026 plannen om het tarief vast te zetten |
Berijder | Effect op het nettoloon en vergoeding van het laden | De maandelijkse bijtelling begrijpen, thuisladen tegen werkelijke kosten laten vergoeden |
Veelgestelde vragen
18% over de eerste €30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het deel daarboven. Het maximale voordeel ten opzichte van een benzineauto is €1.200 bruto per jaar. Het percentage staat 60 maanden vast vanaf de eerste toelating.
Tot een cataloguswaarde van €30.000 geldt het verlaagde tarief van 18%. Over het bedrag daarboven geldt 22%. Daardoor is het fiscale voordeel begrensd op €1.200 per jaar, ongeacht hoe duur de auto is.
30.000 × 18% = €5.400, plus 10.000 × 22% = €2.200, samen €7.600 bruto per jaar. Netto kost dat ongeveer €234 per maand in de eerste schijf en €314 per maand in de hoogste schijf.
Nee. De vergoeding van de werkelijke laadkosten van een auto van de zaak is een vergoeding van intermediaire kosten en vormt geen loon, mits ze niet hoger is dan de werkelijke uitgaven. Een te hoge vergoeding wordt wél belast.
60 maanden (vijf jaar), gerekend vanaf de eerste dag van de maand na de eerste toelating. Een EV die in 2026 wordt toegelaten, houdt het tarief van 18% tot in 2031.
Als u aantoonbaar minder dan 500 km per jaar privé rijdt, met een sluitende rittenregistratie en een "Verklaring geen privégebruik auto". De bewijslast ligt bij de werknemer.
In 2027 stijgt het verlaagde tarief naar 20%, en vanaf 2028 betaalt elke auto 22%. Door de 60-maandenregel houdt een auto die eerder is toegelaten wel zijn oude, gunstigere tarief.
Aanbevolen artikelen
Bedrijf
TCO elektrische auto: de werkelijke kosten per km tegenover benzine en diesel
TCO elektrische auto 2026: formule, kosten per 100 km, tabellen over 4 jaar bij lease en aankoop, MRB, bpm, btw en het effect van thuisladen.
Bedrijf
WPM-rapportage en leasekilometers: zo houdt u de kilometers van uw wagenpark bij zonder handwerk
WPM-rapportage: wie moet rapporteren, welke kilometers, de forfaitaire methode en omrekentabel. Plus meerkilometers in de lease tijdig bijsturen.
Bedrijf
Laadpaal verplicht op uw bedrijfsparkeerplaats? De regels van 2025 en 2027
Meer dan 20 parkeerplaatsen? Sinds 2025 minstens 1 laadpunt, vanaf 2027 1 per 10 plekken. Regels, kosten, rekenvoorbeeld en subsidie (Bbl, EPBD IV).