Naar de inhoud
Demo
Bedrijf 16 min lezen

Laadpaal verplicht op uw bedrijfsparkeerplaats? De regels van 2025 en 2027

Meer dan 20 parkeerplaatsen? Sinds 2025 minstens 1 laadpunt, vanaf 2027 1 per 10 plekken. Regels, kosten, rekenvoorbeeld en subsidie (Bbl, EPBD IV).

Aubin Aycaguer, Chief of Staff, Voltaback3 nov 2026

Parkeerplaats op een bedrijfsterrein met een laadpaal voor elektrische auto's

Ja: heeft uw bedrijfspand meer dan 20 parkeerplaatsen, dan moet er sinds 1 januari 2025 minstens één laadpunt zijn. Vanaf 1 januari 2027 wordt dat 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen, of leidingdoorvoeren voor minstens de helft van de plekken. Voor nieuwbouw en ingrijpende renovatie gelden sinds 29 mei 2026 strengere eisen: 1 laadpunt per 5 plekken, en bij kantoren 1 per 2.

Deze regels staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de Nederlandse uitwerking van de Europese richtlijn EPBD IV. Hieronder leest u per situatie wat u moet hebben, wat de begrippen precies betekenen, wat het kost, hoe u de netaansluiting doorrekent, welke subsidie er is en wat de gemeente kan doen als u niet voldoet. Met een rekenvoorbeeld voor een pand met 45 plekken in 2025 en 2027. En waarom de verplichting over het pand gaat, terwijl de meeste auto's van uw wagenpark thuis laden, waar Voltaback de vergoeding regelt.

De regels in één overzicht

Situatie

Drempel

Eis

Bestaand niet-woongebouw

meer dan 20 parkeerplaatsen

Sinds 1-1-2025: minstens 1 laadpunt

Bestaand niet-woongebouw

meer dan 20 parkeerplaatsen

Vanaf 1-1-2027: 1 laadpunt per 10 plekken, of leidingdoorvoeren voor minstens 50 %

Bestaand overheidsgebouw

meer dan 20 parkeerplaatsen

Vanaf 1-1-2033 daarbovenop: voorbekabeling voor minstens 50 %

Nieuwbouw of ingrijpende renovatie, niet-woon

meer dan 5 parkeerplaatsen

1 laadpunt per 5 plekken, voorbekabeling voor 50 %, leidingdoorvoeren voor de rest

Idem, kantoorfunctie

meer dan 5 parkeerplaatsen

1 laadpunt per 2 plekken, voorbekabeling voor 50 %, leidingdoorvoeren voor de rest

Nieuwbouw of ingrijpende renovatie, woongebouw

meer dan 3 parkeerplaatsen

Voorbekabeling voor 50 %, leidingdoorvoeren voor de rest, plus 1 laadpunt (alleen nieuwbouw)

Bestaand woongebouw

Geen verplichting

Uitkomsten die geen heel getal zijn, rondt u naar boven af. Meer doen mag altijd, minder niet. Nieuwe laadpunten moeten slim laden ondersteunen. Bron: RVO, Handreiking laadinfrastructuur bij gebouwen (EPBD IV)

Welke regel geldt voor uw pand? Vier vragen

Loop deze vragen in volgorde door, per gebouw:

  1. Hoort er een parkeergarage of parkeerterrein bij het gebouw? Nee: geen verplichting.
  2. Heeft het gebouw (ook) een woonfunctie? Ja: dan gelden de regels voor woongebouwen, ook voor de parkeerplaatsen van winkels of kantoren in hetzelfde gebouw. Voor bestaande woongebouwen is er geen plicht.
  3. Gaat het om nieuwbouw of ingrijpende renovatie? Ja, met meer dan 5 plekken: de nieuwbouweisen, en bij een kantoorfunctie de strengere kantooreisen voor het hele gebouw.
  4. Bestaande bouw met meer dan 20 plekken? Ja: 1 laadpunt nu, de 2027-eis daarna. Twintig plekken of minder: geen plicht.

Een kerk, school of sportaccommodatie volgt de regels van een niet-woongebouw, tenzij er ook gewoond wordt.

Bestaande bedrijfspanden: sinds 2025 minstens één laadpunt

De basisregel staat in artikel 3.87b van het Bbl: een gebouw met een parkeergelegenheid in of naast het gebouw, op hetzelfde perceel, met meer dan 20 parkeervakken, heeft ten minste één laadpunt. Die eis geldt sinds 1 januari 2025 voor bestaande utiliteitsgebouwen en komt nog uit de vorige versie van de richtlijn (EPBD III). Bron: IPLO, oplaadpunten bestaande bouw

Wat telt als parkeerplaats?

De handreiking van RVO is hier precies over:

  • Het gaat om een parkeergarage in het gebouw, of een parkeerterrein direct naast het gebouw.
  • Gebouw en parkeerterrein hebben dezelfde eigenaar, en het terrein is bedoeld voor de gebruikers van dat gebouw.
  • U telt alle plaatsen die bij het gebouw horen, ook als ze nu niet worden gebruikt, en ook als ze vast aan één persoon zijn toegewezen.
  • Tijdelijke plekken en plekken alleen voor laden en lossen tellen niet mee.

Een gedeeld parkeerterrein op een bedrijventerrein of een openbare parkeergarage waar u plekken huurt, valt dus meestal niet onder uw pand. RVO geeft nog een praktische tip: kijk eerst hoeveel plekken u echt gebruikt. Overbodige parkeerplaatsen opheffen kan een pand onder een drempel brengen, en levert ruimte op.

Vanaf 1 januari 2027: 1 laadpunt per 10 plekken

Vanaf 2027 wordt de eis voor bestaande niet-woongebouwen met meer dan 20 parkeerplaatsen aangescherpt. U kiest tussen twee routes:

  1. Minstens 1 laadpunt per 10 parkeerplaatsen, geschikt voor slim laden; of
  2. Leidingdoorvoeren voor minstens de helft van de parkeerplaatsen, zodat er later zonder hak- en breekwerk kabels getrokken kunnen worden.

Deze eis geldt los van een renovatie: ook een pand waar niets aan wordt verbouwd, moet er op 1 januari 2027 aan voldoen. Bron: Ondernemersplein, verplichte laadpalen op bedrijfsparkeerplaats

Let op bij het lezen van andere bronnen: sommige overzichten noemen voor bestaande bedrijfspanden vanaf 2027 al "1 laadpunt per 2 plekken". Dat is de eis voor nieuwe kantoren en ingrijpende renovatie, niet voor bestaande bouw.

Wat de begrippen precies betekenen

Begrip

Wat het is

Telt mee als

Laadpunt

Een aansluiting waarmee één voertuig tegelijk kan laden. In parkeergarages Mode 3 (AC, Type 2-stekker) of Mode 4 (DC-snelladen) volgens NEN 1010 (art. 4.199 lid 2 Bbl)

Laadpunt, en ook als voorbekabeling en leidingdoorvoer voor die plek

Voorbekabeling

Alles wat nodig is om later een laadpunt te plaatsen: stroom- en datakabels, verdeelkasten, eventueel meters, aangelegd volgens NEN 1010. Voor het laatste stuk naar de plek mag een trekdraad in een loze leiding

Voorbekabeling en leidingdoorvoer

Leidingdoorvoer

Voorbereide doorgang: openingen in wanden en plafonds, ruimte in kabelgoten, mantelbuizen onder de bestrating

Alleen leidingdoorvoer

Slim laden

Het laadvermogen past zich aan stroomprijs, duurzaam aanbod of netbelasting aan; NTA 8043 is de referentienorm

Verplichte eigenschap van nieuwe laadpunten

Een paal met twee aansluitingen die twee auto's tegelijk kan laden, telt als twee laadpunten. AC en DC tellen even zwaar: een snellader telt niet voor meer.

AC of DC: wat past bij een bedrijfspand?

Kenmerk

AC-laden (Mode 3)

DC-snelladen (Mode 4)

Vermogen

tot 22 kW, meestal 11 kW

50 tot 350 kW of meer

Laadtijd

uren

minuten tot een uur

Installatiekosten

laag

hoog

Belasting van de aansluiting

laag

hoog

Past bij

kantoren, bedrijventerreinen, medewerkers die uren blijven staan

logistiek, poolauto's met korte stops, klantenparkeerplaatsen met korte parkeerduur

Voor een kantoor waar auto's een werkdag stilstaan, is AC vrijwel altijd voldoende. Een auto die 8 uur aan 11 kW staat, kan in theorie 88 kWh laden: meer dan een gemiddelde accu nodig heeft. DC is vooral zinvol als dezelfde plek meerdere keren per dag door een andere auto wordt gebruikt.

Rekenvoorbeeld: een pand met 45 parkeerplaatsen

Dit voorbeeld komt uit de RVO-handreiking: een bedrijfspand uit 2010, 45 plekken op eigen terrein, 3 plekken hebben al een laadpunt, er is geen renovatie gepland.

Datum

Wat u minimaal moet hebben

Stand in dit pand

Sinds 1-1-2025

1 laadpunt

Voldoet (3 laadpunten)

Vanaf 1-1-2027, route A

45 / 10 = 4,5, afgerond 5 laadpunten

2 laadpunten erbij

Vanaf 1-1-2027, route B

45 / 2 = 22,5, afgerond 23 leidingdoorvoeren

20 erbij: de 3 plekken met een laadpunt tellen mee

Wat kosten de twee routes?

RVO geeft richtbedragen exclusief btw, gebaseerd op marktindicaties van ElaadNL:

Onderdeel

Indicatie per stuk, excl. btw

Leidingdoorvoer per parkeerplaats

100 tot 300 euro (bij bestaande bouw aan de bovenkant)

Volledige voorbekabeling per parkeerplaats

300 tot 800 euro

AC-laadpunt, Mode 3, 11 kW, inclusief installatie

1.000 tot 2.500 euro

DC-laadpunt, 50 kW, inclusief installatie

10.000 tot 30.000 euro

Dynamic load balancing-systeem

200 tot 2.000 euro, eenmalig

Toegepast op het pand met 45 plekken, met middenwaarden:

  • Route A, 2 extra AC-laadpunten: 2 x 1.750 euro = ongeveer 3.500 euro, plus eventueel een DLB-systeem van rond 1.000 euro als de aansluiting krap is.
  • Route B, 20 extra leidingdoorvoeren: 20 x 250 euro (bestaande bouw) = ongeveer 5.000 euro, en er komt geen extra laadcapaciteit bij.

In dit pand is route A dus goedkoper én nuttiger, omdat er al drie laadpunten staan. Bij een pand zonder bestaande laadpunten en met een lange afstand tot de verdeelkast kan route B juist voordeliger zijn. Vraag voor beide routes een offerte bij een erkend installateur, en kijk verder dan 2027: RVO adviseert ruim leidingdoorvoeren aan te leggen als u toch graaft, omdat de meerprijs per plek klein is.

Meerdere vestigingen: reken per pand

De plicht geldt per gebouw met zijn eigen parkeerterrein, niet per bedrijf. Een organisatie met drie vestigingen kan dus drie verschillende uitkomsten hebben:

Vestiging

Plekken

Sinds 2025

Vanaf 2027 (route A of B)

Hoofdkantoor, bestaand

60

1 laadpunt

6 laadpunten of 30 leidingdoorvoeren

Regiokantoor, bestaand

25

1 laadpunt

3 laadpunten of 13 leidingdoorvoeren

Werkplaats, bestaand

12

geen plicht

geen plicht

Nieuw distributiecentrum, vergunning juli 2026

30

n.v.t.

6 laadpunten, voorbekabeling 15 plekken, leidingdoorvoeren 15 plekken

Twee aandachtspunten. Een gedeeld terrein met andere bedrijven op een bedrijvenpark telt alleen als het van dezelfde eigenaar is als uw gebouw. En plekken die later aan de gemeente worden overgedragen, tellen mee zolang ze nog bij het gebouw horen; leg dat bij een nieuwbouwproject vooraf vast met de gemeente.

Nieuwbouw en ingrijpende renovatie: de strengste eisen

Voor nieuwbouw waarvoor de omgevingsvergunning op of na 29 mei 2026 is aangevraagd, gelden direct de EPBD IV-eisen. Bij een aanvraag vóór die datum blijven de oude Bbl-regels gelden, ook als de oplevering later is. Onder die oude regels moest een nieuw niet-woongebouw met meer dan 10 plekken één laadpunt hebben en leidingen voor 1 op de 5 plekken.

Een niet-woongebouw met meer dan 5 parkeerplaatsen moet onder EPBD IV hebben:

  • 1 laadpunt per 5 parkeerplaatsen, of 1 per 2 bij een kantoorfunctie;
  • voorbekabeling voor minstens de helft van de plekken;
  • leidingdoorvoeren voor de overige plekken;
  • laadpunten die slim laden ondersteunen.

Een kantoor met 40 plekken in nieuwbouw heeft dus minstens 20 laadpunten nodig. Heeft een gebouw zowel een kantoor- als een andere niet-woonfunctie, dan gelden de kantooreisen voor het hele gebouw.

Wanneer is een renovatie "ingrijpend"?

Een renovatie valt onder deze regels als meer dan 25 procent van de oppervlakte van de gebouwschil wordt verbouwd (dak, gevel, buitenramen, buitendeuren, begane grondvloer) én de werkzaamheden ook de parkeerplaats of de elektrische installatie raken. Dan gelden vrijwel dezelfde eisen als bij nieuwbouw, behalve de eis van minstens één laadpunt bij woongebouwen.

Een voorbeeld uit de handreiking: een dakrenovatie van 800 m² bij een gebouwschil van 2.400 m² is 33 procent, dus ingrijpend. Veel verbouwingen komen boven de 25 procent zonder dat de eigenaar dat vooraf beseft; reken het na voordat u de vergunning aanvraagt.

De tien-procent-toets in de praktijk

Bij ingrijpende renovatie vervalt de plicht als de laadinfrastructuur meer kost dan 10 procent van de totale renovatiekosten. RVO rekent het voor bij een supermarkt met 120 plekken die ingrijpend wordt verbouwd:

Onderdeel

Berekening

Kosten

Leidingdoorvoeren, alle plekken

120 x 200 euro

24.000 euro

Voorbekabeling, helft van de plekken

60 x 500 euro

30.000 euro

AC-laadpunten, 1 per 5 plekken

24 x 1.500 euro

36.000 euro

Totaal laadinfrastructuur

90.000 euro

Totale renovatiekosten

2.000.000 euro

Aandeel

90.000 / 2.000.000

4,5 %

Ruim onder de 10 procent, dus geen uitzondering. In de praktijk blijft laadinfrastructuur bij een echte renovatie bijna altijd onder die grens.

Brandveiligheid in parkeergarages

Laadpunten in een parkeergarage vragen extra aandacht. Voor garages groter dan 1.000 m² is NEN 6067 de norm voor brandveiligheid, en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) publiceert richtlijnen over elektrische auto's in parkeergarages. De toezichthouder controleert of die eisen zijn toegepast. Bespreek de plaats van laadpunten, verdeelkasten en afschakelmogelijkheden daarom vroeg met de installateur en, bij grotere garages, met de brandweer.

Uitzonderingen: minder dan u denkt

De wet kent één echte uitzondering: de tien-procent-regel hierboven, te onderbouwen met offertes.

Daarnaast vallen gebouwen die niet worden verwarmd of gekoeld voor het verblijf van mensen buiten de eisen, zoals een gemaal met een paar plekken voor monteurs. Voor autobedrijven geldt de plicht niet voor plekken die bedoeld zijn voor stalling of handelsvoorraad.

Een uitzondering is nooit automatisch: de gemeente beoordeelt per situatie. Er is geen algemene vrijstelling voor het mkb en geen aparte regeling voor monumenten in de handreiking; vraag bij twijfel vooraf advies bij uw gemeente. Gemeenten mogen in hun omgevingsplan strengere regels stellen, maar nooit soepelere.

Netaansluiting: rekent u het zo door

Veel regio's kampen met netcongestie, en een zwaardere aansluiting kan lang duren. Volgens RVO is netcongestie geen reden om helemaal niets aan te leggen. Begin met een eenvoudige vermogensberekening in drie stappen.

  1. Laadbehoefte per dag = aantal auto's x kilometers per dag x verbruik per km.
  2. Benodigd vermogen = laadbehoefte / beschikbare laaduren.
  3. Past het? Beschikbaar vermogen van de aansluiting min het piekverbruik van het gebouw.

Het voorbeeld van RVO, een kantoor met 30 plekken na ingrijpende renovatie (dus 15 laadpunten):

Stap

Berekening

Uitkomst

Laadbehoefte

15 auto's x 40 km x 0,20 kWh/km

120 kWh per dag

Benodigd vermogen

120 kWh / 8 kantooruren

15 kW gemiddeld

Aansluiting 3x50A

50 A x 230 V x 3 fasen

ongeveer 34,5 kW

Vrij op het piekmoment

34,5 kW min 21 kW gebouwverbruik

13,5 kW

Op het piekmoment is er dus te weinig, maar de rest van de dag ruim voldoende. Met dynamic load balancing verdeelt een controller het vermogen dat er op elk moment werkelijk is over de laadpunten, zodat de aansluiting niet hoeft te worden verzwaard. Andere oplossingen: laden op eigen zonnestroom, een energy management system of een batterij. Reken bij het ontwerp met 11 of 22 kW per laadpunt en een minimale laadstroom van 8 ampère per fase, zoals ElaadNL adviseert.

Vraag een eventuele verzwaring tijdig aan bij uw netbeheerder (Liander, Stedin, Enexis of een andere). Ook dan geldt: leidingdoorvoeren en voorbekabeling kunt u al aanleggen terwijl u wacht.

Wie beheert de laadpunten, en wie betaalt het laden?

Drie exploitatievormen

Eigen beheer

Beheerplatform (CPO-dienst)

Exploitant (CPO)

Wie investeert

Eigenaar

Eigenaar

CPO

Wie beheert toegang en tarieven

Eigenaar, handmatig

Platform, op instructie van de eigenaar

CPO

Wie ontvangt de laadopbrengsten

Niemand apart

Eigenaar

CPO

Kosten

Beheer in eigen tijd

Abonnement per laadpunt

Eventueel een vergoeding aan de eigenaar

Met een beheerplatform krijgt iedere gebruiker een laadpas, en worden de kosten per sessie automatisch verrekend. Schakelt u een CPO in, leg dan in het contract vast dat de laadpunten aan de Bbl-eisen voldoen: u blijft als eigenaar verantwoordelijk tegenover de gemeente.

Laden op het werk

Voor leaserijders met een auto van de zaak is laden op het terrein simpel: de laadpas staat op naam van de werkgever of de leasemaatschappij, en de kWh zijn een zakelijke kostenpost. Laden medewerkers ook hun privéauto, regel dan vooraf of zij betalen via een eigen laadpas, en bespreek de fiscale behandeling met uw salarisadministratie.

Opstellen voor het publiek

Stelt u de laadpunten (deels) open voor derden, bijvoorbeeld buurtbewoners buiten kantoortijd, dan verkort dat de terugverdientijd. Maar dan gelden ook de eisen van de Europese AFIR-verordening: betalen zonder abonnement, prijs vooraf zichtbaar en communicatie volgens ISO 15118. Bij een terrein alleen voor personeel gelden die eisen niet. Let op: laadpunten met SPRILA-subsidie mogen juist niet publiek toegankelijk zijn (zie hieronder).

Subsidie en fiscale steun

Regeling

Voor wie

Wat

SPRILA 2026

Bedrijven met KvK-inschrijving

40 % van de subsidiabele kosten voor mkb, 20 % voor grote bedrijven; AC vanaf 11 kW, DC vanaf 20 kW; minimaal 2.500 euro subsidie per locatie (voor mkb ongeveer vier AC-laadpunten); aanvragen tot 18 december 2026; niet publiek toegankelijk

MIA en VAMIL

Ondernemers

Extra investeringsaftrek en vrije afschrijving voor laadinfrastructuur op de Milieulijst

KIA

Ondernemers met kleinere investeringen

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

ERE-certificaten

Eigenaar van het laadpunt, via een inboekdienstverlener

Inkomsten per geleverde kWh hernieuwbare stroom; vereist een MID-gecertificeerde meter in het laadpunt

Bij SPRILA geldt een volgorde-eis: boven 25.000 euro subsidie vraagt u aan vóór de opdracht (een getekende offerte telt als opdracht), daaronder kan het na installatie, binnen 13 weken of in hetzelfde kalenderjaar. Bron: RVO, SPRILA aanschaf

Hoe MIA, VAMIL en KIA voor laadpunten precies uitpakken, staat in ons artikel over subsidie en aftrek voor laadpunten.

Wie is verantwoordelijk, en wat als u niet voldoet?

De verplichting ligt bij de eigenaar van het gebouw. Huurt u het pand, dan is de verhuurder aanspreekpunt voor de gemeente. Maak in het huurcontract afspraken over wie investeert, wie de laadpunten beheert en wie de laadopbrengsten ontvangt. De eigenaar blijft richting de gemeente verantwoordelijk, ook als een laadpaalexploitant de palen beheert.

Een werknemer kan geen laadpaal op het werk afdwingen. De plicht bestaat alleen tegenover de overheid, en alleen in de situaties hierboven.

Hoe wordt er gecontroleerd?

Handhaving loopt via het gewone bouw- en omgevingstoezicht van de gemeente. Bij nieuwbouw onder de Wet kwaliteitsborging (Wkb) controleert een private kwaliteitsborger de eenvoudige gebouwen (gevolgklasse 1); bij zwaardere gebouwen, zoals kantoren, blijft de gemeente verantwoordelijk. De toezichthouder kijkt naar zes punten:

  1. het vereiste aantal laadpunten;
  2. de voorbekabeling en leidingdoorvoeren;
  3. de installatie volgens het Bbl;
  4. ondersteuning van slim laden;
  5. de brandveiligheidseisen in parkeergarages;
  6. de documentatie van de installateur.

Voldoet een gebouw niet, dan kan de gemeente een last onder dwangsom opleggen, bestuursdwang toepassen of een omgevingsvergunning weigeren of intrekken. Er is geen vast boetebedrag; de hoogte van een dwangsom bepaalt de gemeente per geval. Bij nieuwbouw en renovatie moet de invulling van de eisen al in de vergunningaanvraag of bouwmelding staan, dus daar loopt u het eerst tegenaan.

Vijf fouten die we vaak zien

  • Alleen de gebruikte plekken tellen. Ongebruikte en vast toegewezen plekken tellen ook mee. Een terrein met 24 vakken waarvan er 18 bezet zijn, zit dus boven de drempel.
  • Een laadpaal zonder slim laden kopen. Een goedkope paal zonder ondersteuning voor slim laden voldoet niet aan het Bbl en moet later alsnog worden vervangen.
  • Eerst bestellen, dan subsidie aanvragen. Boven 25.000 euro SPRILA-subsidie vervalt het recht zodra u een offerte tekent.
  • De renovatie te laat toetsen. Een dakrenovatie van meer dan een kwart van de schil die ook de elektrische installatie raakt, is al "ingrijpend", met de nieuwbouweisen als gevolg.
  • Een CPO-contract zonder Bbl-clausule. Als de exploitant een paal weghaalt of vervangt door een niet-conform model, bent u als eigenaar degene die de gemeente aanspreekt.

Wat betekent dit voor uw bedrijf? Checklist

  1. Tel per pand de parkeerplaatsen die bij het gebouw horen, ook de ongebruikte en toegewezen plekken.
  2. Bepaal de functie: kantoor, ander niet-woongebouw, of gemengd met wonen.
  3. Check 2025: is er al minstens één werkend laadpunt? Zo niet, dan loopt u nu al achter.
  4. Kies voor 2027 tussen laadpunten (1 per 10) en leidingdoorvoeren (50 %), op basis van twee offertes.
  5. Reken de aansluiting door met de drie stappen hierboven, en kies voor slim laden of dynamic load balancing voordat u verzwaart.
  6. Plan renovaties vooruit: raakt een verbouwing meer dan 25 procent van de schil en het parkeerterrein, dan gelden de nieuwbouweisen.
  7. Vraag SPRILA aan in de juiste volgorde, vóór 18 december 2026, als het terrein niet publiek is.
  8. Leg afspraken vast met verhuurder, CPO en eventueel de gemeente.

Planning tot 1 januari 2027

Het is november 2026. Wie nog niet aan de 2027-eis voldoet, heeft weinig tijd. Een realistische volgorde:

Wanneer

Wat

Nu

Plekken tellen per pand, route kiezen, twee installateurs uitnodigen

Binnen 2 weken

Offertes binnen; bij meer dan 25.000 euro SPRILA-subsidie eerst aanvragen, pas daarna opdracht geven

Vóór 18 december 2026

SPRILA-aanvraag ingediend (sluitingsdatum van de ronde 2026)

December

Leidingdoorvoeren of laadpunten aanleggen; bij laadpunten slim laden instellen

Januari 2027

Documentatie van de installateur bewaren voor het toezicht

Lukt het niet vóór 1 januari, leg dan vast wat u hebt besteld en wanneer het wordt opgeleverd. Bij een gesprek met de gemeente is aantoonbare voortgang een beter vertrekpunt dan niets.

Hoe u laadpunten op het terrein kiest en laat installeren, leest u in ons artikel over laadpalen op het bedrijfsterrein. De techniek achter laadpunten, voorbekabeling en load balancing staat in hoe laadinfrastructuur is opgebouwd. Wilt u weten welk type en welk aantal laadpunten bij uw situatie past, gebruik dan de keuzehulp voor laadinfrastructuur.

De verplichting gaat over het pand, het laden gebeurt thuis

Vijf laadpunten bij 45 plekken zijn genoeg voor de wet en voor bezoekers. Ze zijn zelden genoeg voor een wagenpark dat elektrisch wordt. Bestuurders van een auto van de zaak laden het grootste deel van hun kilometers thuis, 's nachts, op hun eigen energierekening.

Reken het na voor dat pand: 45 auto's die 30.000 km per jaar rijden bij 17 kWh per 100 km, verbruiken samen ongeveer 230.000 kWh per jaar. Vijf laadpunten op kantoortijd leveren daar maar een deel van, en wie elke dag een laadpunt nodig heeft, moet tussen de middag de auto verzetten. Thuis staat de auto 's nachts gewoon stil.

Die thuiskosten moet de werkgever in Nederland vergoeden tegen de werkelijke kostprijs per kWh van elke medewerker; een vast bedrag of gemiddeld tarief accepteert de Belastingdienst niet. Bron: Kennisgroep loonheffing algemeen, KG:204:2024:13

Voltaback regelt precies dat deel: vergoeding van thuisladen tegen de werkelijke kWh-prijs, in software, zonder laadpaal of kastje per bestuurder. Voltaback gebruikt de MID-gecertificeerde meter van de woning, geen losse kabelmeter. Zo blijft de investering op het terrein beperkt tot wat de wet en uw bezoekers vragen, en wordt het thuisladen correct en controleerbaar vergoed. Hoe u de rest van het wagenpark stap voor stap elektrificeert, leest u in het wagenpark elektrificeren.

Veelgestelde vragen over de laadpaalplicht

Regel het thuisladen van uw wagenpark

Voldoet uw pand aan de regels, dan is de volgende vraag hoe u het laden thuis correct vergoedt. Voltaback doet dat voor meer dan 200 bedrijven: elke kWh gemeten en vergoed tegen het werkelijke tarief van de bestuurder, met een onafhankelijk geaudite meetnauwkeurigheid van 1,22 procent, ISO 27001-gecertificeerd en zonder dat de werkgever ooit de locatie van een bestuurder ziet.

Neem contact op voor een gesprek over uw wagenpark.

Aanbevolen artikelen