Naar de inhoud
Demo
Bedrijf 18 min lezen

Laadpaalverplichting voor bedrijven: hoeveel laadpunten moet uw parking hebben in 2026?

Laadpunten verplicht op uw bedrijfsparking? De regels in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, de EPBD-richtlijn voor 2027, boetes en rekenvoorbeelden.

Aubin Aycaguer, Chief of Staff, Voltaback3 nov 2026

Parkeerplaats op een bedrijfsparking uitgerust met een laadpaal voor elektrische wagens

Ja, een bedrijfsparking moet in België laadpunten hebben zodra hij een bepaalde grootte bereikt, maar de regel is gewestelijk en hangt af van de parking, niet van het aantal bedrijfswagens. In Vlaanderen moet een bestaand niet-residentieel gebouw met meer dan 20 parkeerplaatsen sinds 1 januari 2025 minstens 2 laadpunten hebben; in Brussel moet een kantoorparking 10 procent van zijn plaatsen uitrusten; in Wallonië geldt 1 laadpunt plus leidingen voor 1 plaats op 5.

Deze gids zet de regels per gewest naast elkaar, legt uit wat de Europese EPBD-richtlijn tegen 2027 verandert, wie verantwoordelijk is, welke boetes er gelden en hoeveel laadpunten een parking van 25, 60 of 150 plaatsen nodig heeft. Bij Voltaback zien we elke week bedrijven die hun parking overdimensioneren, terwijl hun bedrijfswagens 's nachts thuis laden. Dit artikel helpt u het juiste minimum te bepalen.

Waarom de verplichting op de parking slaat, niet op het wagenpark

De Belgische regels vloeien voort uit de Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen (EPBD). Ze zijn dus in de gewestelijke EPB-regelgeving en, in Brussel, in de milieuvergunning van parkings terechtgekomen. Het vertrekpunt is altijd het gebouw en het aantal parkeerplaatsen dat erbij hoort.

Drie gevolgen voor een fleet manager:

  • Het aantal bedrijfswagens telt niet mee. Een bedrijf met 80 elektrische wagens en een parking van 18 plaatsen valt in Vlaanderen buiten de verplichting voor bestaande gebouwen.
  • Een gehuurd kantoor valt er ook onder. De verplichting volgt het gebouw. Wie de laadpunten betaalt, regelt de huurovereenkomst.
  • Het gaat om private laadpunten. U hoeft ze niet open te stellen voor het publiek. Doet u dat toch, dan gelden de Europese regels voor publiek toegankelijke laadpunten (ad-hocbetaling, prijsweergave).

Vlaanderen: 2 laadpunten voor bestaande parkings boven 20 plaatsen

Vlaanderen maakt een onderscheid tussen bestaande gebouwen en nieuwbouw of ingrijpende renovatie.

Situatie in Vlaanderen

Verplichting

Sinds

Bestaand niet-woongebouw, parking met meer dan 20 plaatsen

Minstens 2 laadpunten

1 januari 2025

Nieuwbouw of ingrijpende renovatie van een niet-woongebouw, parking met meer dan 10 plaatsen

Minstens 2 laadpunten en laadinfrastructuur (leidingen) voor 1 plaats op 4

Bouwaanvragen vanaf 11 maart 2021

Nieuw woongebouw met 2 of meer plaatsen

Leidingen voor elke plaats, geen laadpunt verplicht

Bouwaanvragen vanaf 11 maart 2021

Ingrijpend gerenoveerd woongebouw, parking met meer dan 10 plaatsen

Leidingen voor elke plaats

Bouwaanvragen vanaf 11 maart 2021

Bestaand woongebouw zonder ingrijpende renovatie

Geen verplichting

Wat telt als laadpunt? Een punt dat meer levert dan een gewoon stopcontact (meer dan 3,7 kW of 16 A), bedoeld om elektrische wagens te laden, met minstens een Type 2-aansluiting (AC) of Combo 2 (DC). Een versterkt stopcontact op de parking telt dus niet mee. "Laadinfrastructuur" betekent leidingen of kabelgoten, zodat later een laadpunt kan worden geplaatst zonder grote breek- of graafwerken. Kabels en toestellen zelf zijn daarvoor niet nodig.

Wat is een ingrijpende renovatie, en wat valt erbuiten?

  • Ingrijpende renovatie: meer dan 25 % van de oppervlakte van de bouwschil wordt gerenoveerd. Een nieuw dak alleen valt daar meestal niet onder; een volledige gevelrenovatie wel.
  • Kostenplafond: bij een ingrijpende renovatie hoeft u laadpunten en leidingen niet te voorzien voor het deel van hun kost dat boven 7 % van de totale renovatiekost uitkomt.
  • Niet-woongebouwen zijn ruim gedefinieerd: kantoren, winkels, scholen, maar ook landbouw- en industriegebouwen.
  • Buiten de regel vallen een oprit van een woning, die als toegangsweg geldt, en plaatsen voor vrachtwagens, tractoren of werfmaterieel.
  • Privé of publiek: beide soorten parkeerplaatsen tellen mee. U kiest zelf of de laadpunten publiek toegankelijk zijn.

Hoe telt u de parkeerplaatsen?

De Vlaamse regels tellen per parkeerterrein en per gebouw, en daar ontstaan in de praktijk de meeste vragen:

  • Eén gemeenschappelijke toegangsweg of inrit maakt van meerdere vakken één parkeerterrein. Aparte inritten maken aparte terreinen.
  • Meerdere parkings bij één gebouw met een gedeelde toegang tellen samen.
  • Eén terrein voor meerdere gebouwen: de verplichting wordt per gebouw bepaald en daarna opgeteld. Een supermarkt en een schoenwinkel die een parking delen, moeten samen minstens vier laadpunten hebben, twee per winkel.
  • Een naastgelegen parkeerterrein hoort bij het gebouw als het er fysiek of technisch mee verbonden is, vooral door de gebruikers van het gebouw wordt gebruikt, of dezelfde eigenaar heeft.

Voorbeeld. Een kmo heeft een kantoor met 18 plaatsen vooraan en 12 plaatsen achteraan, bereikbaar via dezelfde inrit. Samen zijn dat 30 plaatsen op één terrein: de verplichting van 2 laadpunten geldt. Met een aparte inrit achteraan zouden het twee terreinen van 18 en 12 plaatsen zijn, allebei onder de drempel.

Boetes in Vlaanderen: het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA) handhaaft. Het rekent 2.000 euro per ontbrekend laadpunt en 1.000 euro per parkeerplaats zonder de vereiste leidingen. Bron: vlaanderen.be, verplichtingen voor laadpunten bij parkings.

Wallonië: 1 laadpunt en leidingen voor 1 plaats op 5

In Wallonië staat de regel in artikel 19/4 van het EPB-besluit. Ze geldt voor parkings in of aangrenzend aan een niet-residentieel gebouw.

Situatie in Wallonië

Verplichting

Sinds

Bestaand niet-residentieel gebouw, parking met meer dan 20 plaatsen

1 laadpunt en aansluitingsinfrastructuur voor 1 plaats op 5

1 januari 2025

Nieuwbouw of ingrijpende renovatie, parking met meer dan 10 plaatsen

1 laadpunt en infrastructuur voor 1 plaats op 5

Volgens de datum van de bouwaanvraag

De Waalse „aansluitingsinfrastructuur” heeft dezelfde bedoeling als de Vlaamse leidingen: kabelgoten of buizen tot aan de plaatsen, zodat er later een laadpunt kan komen zonder breekwerk. Voor een parking van 45 plaatsen betekent dat 1 laadpunt en voorbereide leidingen naar 9 plaatsen. In de praktijk plaatsen veel bedrijven bij die werken meteen een tweede of derde laadpunt, omdat het verschil in kost dan klein is.

Een parking is "aangrenzend" als hij fysiek of technisch met het gebouw verbonden is, vooral door de gebruikers van het gebouw gebruikt wordt en dezelfde houder van het zakelijk recht heeft. Een parking van een buurbedrijf die u huurt, valt dus niet automatisch onder uw gebouw. Bron: Wallex, EPB-besluit van 11 januari 2023.

Brussel: een percentage van de plaatsen, oplopend tot 2035

Brussel werkt anders: de verplichting zit in de exploitatievoorwaarden van parkings met een milieuvergunning (besluit van de Brusselse Regering van 29 september 2022, dat dat van 25 februari 2021 aanvult). Ze geldt vanaf 10 parkeerplaatsen, en de houder van de milieuvergunning is verantwoordelijk.

Type parking in Brussel

1 januari 2025

1 januari 2030

1 januari 2035

Kantoorparking (personeel, bezoekers)

10 procent van de plaatsen, minstens 2 laadpunten

20 procent

30 procent

Publieke parking of parking bij een winkel

5 procent

10 procent

verdere verhoging

Een parking met milieuvergunning is in Brussel geen uitzondering: ook de parking onder een kantoorgebouw valt eronder zodra hij de drempel van de vergunningsplicht bereikt. De laadpuntverplichting staat dan als exploitatievoorwaarde in de vergunning, naast de andere voorwaarden over ventilatie, brandveiligheid en aantal plaatsen. Bij de vernieuwing of wijziging van de vergunning toetst Leefmilieu Brussel of de quota gehaald worden; een parking die op dat moment niet conform is, riskeert strengere voorwaarden of een weigering. Wie de vergunning houdt, staat in de vergunning zelf: controleer dat vóór u met de eigenaar onderhandelt over de kosten.

Enkele Brusselse details die het rekenwerk veranderen:

  • Snelladers tellen zwaarder. Een laadpunt met een hoger vermogen telt in de berekening als meerdere punten (de weging loopt van dubbel tot tienvoudig volgens het vermogen). Een paar DC-laders kan dus een groot deel van het quotum invullen.
  • Nieuwe parkings moeten meteen aan de quota van 2035 voldoen.
  • Afronding: het percentage wordt op het aantal plaatsen toegepast en naar boven afgerond, met een minimum van 2 laadpunten voor een kantoorparking. Een parking van 25 plaatsen heeft er dus 3 nodig in 2025, niet 2,5.
  • Jaarlijkse aangifte: de exploitant meldt het aantal laadpunten aan Leefmilieu Brussel.
  • Brandveiligheid: een overdekte parking volgt bijkomende regels (onbrandbare ondergrond, ventilatie, uitschakeling van de laadpunten bij branddetectie). Die staan in ons artikel over laadpalen voor bedrijven.

Bron: Unizo, mobiliteit in Brussel en Leefmilieu Brussel.

Wat de EPBD-richtlijn 2024/1275 verandert tegen 2027

De herziene Europese richtlijn over de energieprestatie van gebouwen (EU) 2024/1275 verstrengt de eisen. Artikel 14 vraagt dat de lidstaten tegen 1 januari 2027 voor elk bestaand niet-residentieel gebouw met meer dan 20 parkeerplaatsen zorgen voor minstens 1 laadpunt per 10 plaatsen, of voor leidingen voor minstens de helft van de plaatsen. Voor nieuwbouw en ingrijpende renovaties gaan de eisen nog verder.

Wat dit concreet betekent:

  • Vlaanderen vraagt vandaag 2 laadpunten, ongeacht de grootte van de parking boven 20 plaatsen. Voor een parking van 150 plaatsen zou de Europese minimumregel neerkomen op 15 laadpunten, of leidingen voor 75 plaatsen.
  • Wallonië kent al een verhouding (leidingen voor 1 plaats op 5), maar maar 1 laadpunt.
  • Brussel zit voor kantoorparkings al op 10 procent, dus in lijn met de 1-op-10-regel.

Wat de richtlijn verder nog vraagt

De richtlijn gaat verder dan bestaande parkings. Volgens artikel 14 komen er, na omzetting door de gewesten, ook deze eisen:

Situatie

Eis van de richtlijn, samengevat

Nieuwe of ingrijpend gerenoveerde niet-residentiële gebouwen met meer dan 5 plaatsen

Minstens 1 laadpunt per 5 plaatsen, voorbekabeling voor minstens de helft van de plaatsen en leidingen voor de rest

Bestaande kantoorgebouwen en overheidsgebouwen met meer dan 20 plaatsen

Tegen 2033 voorbekabeling voor minstens de helft van de plaatsen

Nieuwe en ingrijpend gerenoveerde gebouwen

Fietsparkeerplaatsen, met een minimum in verhouding tot de gebruikers van het gebouw

Alle nieuwe laadpunten

Slim laden mogelijk, en waar nuttig bidirectioneel laden

Hoe de gewesten die eisen precies omzetten, en met welke uitzonderingen voor kmo's, moet nog blijken. Wie vandaag een nieuw kantoor bouwt of grondig renoveert, doet er goed aan het ontwerp meteen op deze eisen af te stemmen.

De omzettingstermijn van de richtlijn liep tot eind mei 2026. Bij het schrijven van dit artikel hebben we nog geen gepubliceerde gewestelijke tekst gevonden die de 1-op-10-regel voor bestaande Vlaamse of Waalse parkings vastlegt. Plant u nu werken, laat dan de leidingen voor die verhouding meteen voorzien: dat kost veel minder dan later opnieuw openbreken. Bron: EUR-Lex, richtlijn (EU) 2024/1275.

Wie is verantwoordelijk: eigenaar, huurder of vergunninghouder?

Gewest

Wie moet in orde zijn

Gevolg voor een huurder

Vlaanderen

De eigenaar van het niet-woongebouw (of de bouwheer bij nieuwbouw)

De huurovereenkomst bepaalt wie investeert en onderhoudt; spreek het af vóór de werken

Wallonië

De eigenaar of houder van het zakelijk recht op het gebouw en de aangrenzende parking

Idem

Brussel

De houder van de milieuvergunning van de parking, vaak de exploitant

Een huurder die de parking uitbaat, kan zelf de vergunninghouder zijn

Neem bij een nieuwe huurovereenkomst drie clausules op: wie de laadpunten financiert, wie het onderhoud en de keuring betaalt, en wie de geladen stroom aanrekent aan wie. Elk laadpunt moet ook een AREI-keuring door een erkend organisme doorstaan vóór het in gebruik gaat; de technische opbouw van zo'n installatie staat in ons artikel over laadinfrastructuur.

Rekenvoorbeelden: parkings van 25, 60 en 150 plaatsen

Het minimum per gewest, voor een bestaand kantoorgebouw zonder ingrijpende renovatie:

Parking

Vlaanderen

Wallonië

Brussel (2025)

Brussel (2030)

Europese richtlijn (2027)

25 plaatsen

2 laadpunten

1 laadpunt + leidingen voor 5 plaatsen

3 laadpunten (10 procent, afgerond naar boven)

5 laadpunten

3 laadpunten of leidingen voor 13 plaatsen

60 plaatsen

2 laadpunten

1 laadpunt + leidingen voor 12 plaatsen

6 laadpunten

12 laadpunten

6 laadpunten of leidingen voor 30 plaatsen

150 plaatsen

2 laadpunten

1 laadpunt + leidingen voor 30 plaatsen

15 laadpunten

30 laadpunten

15 laadpunten of leidingen voor 75 plaatsen

Een bedrijf met sites in de drie gewesten

Neem een onderneming met een hoofdzetel in Brussel (80 plaatsen, milieuvergunning), een distributiecentrum in Vlaanderen (40 personenwagenplaatsen, 15 vrachtwagenplaatsen) en een regionaal kantoor in Wallonië (30 plaatsen), alle drie bestaande gebouwen.

Site

Regel

Minimum vandaag

Aandachtspunt

Brussel, 80 plaatsen

10 % in 2025, 20 % in 2030

8 laadpunten, 16 in 2030

Jaarlijkse aangifte; snelladers tellen zwaarder

Vlaanderen, 40 plaatsen

2 laadpunten boven 20 plaatsen

2 laadpunten

Vrachtwagenplaatsen tellen niet mee

Wallonië, 30 plaatsen

1 laadpunt + leidingen voor 1 op 5

1 laadpunt + leidingen voor 6 plaatsen

Aangrenzende parking controleren

In totaal 11 laadpunten vandaag, en 19 in 2030 als alleen Brussel verstrengt. Met de Europese 1-op-10-regel voor bestaande gebouwen zou de Vlaamse site naar 4 laadpunten gaan en de Waalse naar 3. Een centrale aanpak, met één bestek en één beheerplatform voor de drie sites, maakt de offertes vergelijkbaar en het onderhoud eenvoudiger.

Twee aandachtspunten bij de tabel met 25, 60 en 150 plaatsen. In Brussel kan een snellader zwaarder wegen, waardoor het aantal fysieke punten lager uitvalt. En de kolom van de richtlijn geeft het Europese minimum weer, niet de Belgische omzetting die nog moet volgen.

Wat kost dat? Een AC-laadpunt van 7,4 tot 22 kW op een bedrijfsparking kost in 2026 ongeveer 2.000 tot 4.000 euro exclusief btw per punt, plaatsing inbegrepen, plus beheer en onderhoud. Voor de parking van 60 plaatsen in Brussel gaat het dus om ongeveer 12.000 tot 24.000 euro voor de 6 verplichte punten, vóór eventuele netverzwaring. De berekening van vermogen en kosten per scenario staat in ons artikel over laadpalen voor bedrijven.

Boven het minimum: wanneer meer laadpunten zinvol zijn

Het wettelijke minimum is een ondergrens, geen doel. Drie profielen rechtvaardigen extra punten op de site:

  • Poolwagens en dienstwagens die 's nachts op de parking staan: reken op een laadpunt per wagen, of een punt voor twee wagens met een beurtrol als ze weinig rijden.
  • Bestuurders zonder laadmogelijkheid thuis, bijvoorbeeld in een appartement zonder gemeenschappelijke laadinfrastructuur: zij laden overdag op kantoor.
  • Bezoekers en klanten, als laden deel uitmaakt van uw dienstverlening.

Voor de andere bedrijfswagens volstaat het minimum meestal. De berekening van aantallen, vermogen en kosten per profiel staat in onze gids over laadpalen voor bedrijven; dit artikel blijft bij de wettelijke ondergrens.

Netaansluiting en vermogen: denk nu al aan 2030

De verplichting telt laadpunten, geen kilowatts. Toch bepaalt het beschikbare vermogen van uw aansluiting hoeveel punten u later kunt toevoegen zonder netverzwaring. Drie keuzes houden de deur open:

  • Lastbeheer (dynamisch energiebeheer) verdeelt het beschikbare vermogen over de wagens die laden, zodat tien punten van 11 kW niet tegelijk 110 kW vragen. Het voorkomt dat u voor elke uitbreiding de aansluiting moet verzwaren.
  • Overgedimensioneerde leidingen naar de parking kosten bij de eerste werken weinig extra, en besparen later graaf- en breekwerk. Dat sluit aan bij de leidingen die de gewesten al vragen.
  • Een verdeelbord met reserve voor extra beveiligingen voorkomt dat elke uitbreiding met een nieuw bord begint.

Wie in Brussel van 10 % naar 20 % en daarna 30 % moet, of in Vlaanderen en Wallonië de Europese 1-op-10-regel verwacht, plant die uitbreidingen beter vandaag dan in drie aparte projecten.

Wie gebruikt de laadpunten, en tegen welke prijs?

Een verplicht laadpunt moet er staan, maar u kiest zelf wie het gebruikt. Leg dat vast in een korte gebruiksregeling:

  • Poolwagens en dienstwagens krijgen voorrang, want zij overnachten op de site.
  • Bezoekers laden gratis of tegen een prijs die u via een laadpuntoperator laat aanrekenen.
  • Bedrijfswagens laden er overdag als aanvulling, bijvoorbeeld voor bestuurders zonder laadmogelijkheid thuis.
  • Privéwagens van werknemers laden tegen betaling of gratis, volgens uw mobiliteitsbeleid; spreek met uw sociaal secretariaat af hoe u gratis laden voor privéwagens behandelt.

Een eenvoudige regel, zoals de wagen verplaatsen zodra hij geladen is, voorkomt dat vier verplichte laadpunten de hele dag door dezelfde vier wagens bezet worden.

Waar laden uw bedrijfswagens echt?

De verplichting gaat over de parking, maar uw budget hangt af van een andere vraag: waar slapen uw wagens? Een bedrijfswagen staat 's nachts bij de bestuurder thuis. Daar gebeurt het grootste deel van het laden, aan de goedkoopste prijs: ongeveer 0,24 euro per kWh 's nachts in tweevoudig uurtarief, tegenover 0,40 tot 0,77 euro aan publieke laadpalen.

Een eenvoudige rekensom maakt het verschil zichtbaar. Een bestuurder die 4.140 kWh per jaar thuis laadt aan 0,24 euro, kost 993,60 euro energie. Dezelfde kWh aan een publieke laadpaal van 0,50 euro kosten 2.070 euro. Een laadpunt op kantoor zit daartussen, met de investering en het beheer erbovenop. Het thuisladen correct organiseren levert per wagen dus meer op dan elk extra laadpunt op de parking.

Daaruit volgt een nuchtere aanpak:

  • Voldoe aan het wettelijke minimum op de parking, voor bezoekers, poolwagens en bestuurders zonder laadmogelijkheid thuis.
  • Organiseer het thuisladen voor de rest, met een installatie op maat (versterkt stopcontact of eenvoudige laadpaal) en een correcte terugbetaling aan de werkelijke kost of het CREG-tarief.
  • Dimensioneer niet op het aantal wagens. Een laadpunt per bedrijfswagen op kantoor betekent vaak dure netverzwaring voor wagens die er overdag maar een paar uur staan.

Voltaback installeert zelf geen laadpalen, maar helpt u offertes van installateurs te verkrijgen en te vergelijken via onze pagina laadpaal installeren. Voor het thuisladen betaalt Voltaback de kWh van elke bestuurder terug, met elke installatie en zonder geconnecteerde laadpaal: Voltaback steunt op de MID-gecertificeerde meter van de woning, niet op een losse kabelmeter. Hoe u dat proces voor het hele wagenpark opzet, leest u in onze gids over thuisladen terugbetalen voor uw wagenpark.

Wat kost conform zijn, en wat kost het niet te zijn?

Neem een Vlaamse kmo met een bestaande parking van 30 plaatsen en geen enkel laadpunt.

Conform worden

Niet conform blijven

Uitgave

2 laadpunten × ongeveer 3.000 € = 6.000 €

Boete van 2 × 2.000 € = 4.000 €

Fiscaal effect

Aftrekbaar via de afschrijving: ongeveer 1.500 € belastingbesparing aan 25 %

Een administratieve boete is niet aftrekbaar

Netto

ongeveer 4.500 €

4.000 €

Daarna

Twee bruikbare laadpunten voor poolwagens en bezoekers

De parking blijft niet conform

Berekening Voltaback, ter illustratie. Een boete betalen maakt de parking niet conform, en de laadpunten hebben een gebruikswaarde die een boete niet heeft. De keuze is dus snel gemaakt, zeker omdat de boete bij een volgende controle opnieuw kan vallen zolang de punten ontbreken. Plaats daarom eerst de verplichte punten en denk pas daarna na over uitbreiding.

Premies en fiscale steun voor laadpunten op het werk

De federale verhoogde kostenaftrek voor publiek toegankelijke laadpunten liep af en geldt niet meer voor nieuwe investeringen. Een laadpunt op de bedrijfsparking blijft wel voor 100 % aftrekbaar via de afschrijving als het tot eind 2029 wordt aangekocht; vanaf 2030 daalt dat naar 75 %. Gewestelijke steun verandert vaak en is meestal gericht op specifieke doelgroepen of projectoproepen. Kijk voor de actuele regeling per gewest in ons overzicht van de fiscale aftrek en subsidies voor laadpalen, voordat u een offerte tekent.

De btw op een laadpaal op een bedrijfssite bedraagt 21 procent, maar is voor een btw-plichtige onderneming in principe aftrekbaar volgens het beroepsgebruik. Het verlaagde tarief van 6 procent geldt enkel voor privéwoningen van minstens 10 jaar oud.

Hoe bewijst u dat uw parking in orde is?

Bij een controle van het VEKA, van Leefmilieu Brussel of van de Waalse administratie wil men zien dat de punten er staan, dat ze aan de definitie voldoen en dat de telling klopt. Houd per site een kort dossier bij:

  • een plan van de parking met het aantal plaatsen, de inritten en de plaats van de laadpunten;
  • de technische fiche van elk laadpunt: vermogen boven 3,7 kW, Type 2- of Combo 2-aansluiting;
  • het keuringsverslag volgens het AREI van een erkend organisme;
  • de facturen van de plaatsing en van de leidingen;
  • in Brussel, het bewijs van de jaarlijkse aangifte en de berekening met de weging van snelladers;
  • bij een gehuurd gebouw, de clausule in de huurovereenkomst die de verplichting verdeelt.

Dat dossier dient ook bij de verkoop of verhuur van het gebouw, of bij de vernieuwing van een Brusselse milieuvergunning. Werk het bij na elke wijziging aan de parking of de laadpunten, zodat het altijd de actuele toestand toont.

Verhuizen, verkopen of uitbreiden

  • U verhuist naar een ander kantoor. De verplichting blijft bij het gebouw. Laadpunten die u als huurder heeft betaald, neemt u mee of laat u tegen vergoeding achter, volgens de huurovereenkomst. Controleer vóór de ondertekening of het nieuwe gebouw al conform is, anders erft u de discussie.
  • U verkoopt het gebouw. Een conforme parking is een argument bij de verkoop; een niet-conforme parking een punt in de onderhandeling. Vermeld de toestand in de verkoopdocumenten.
  • U breidt de parking uit. Steekt u de drempel van 20 plaatsen over, of verhoogt u het aantal plaatsen in Brussel, dan verandert ook het minimum. Plan de laadpunten mee in het uitbreidingsproject.
  • U renoveert ingrijpend. Dan gelden de regels voor nieuwbouw, met leidingen voor een deel van de plaatsen. Neem ze op in het bestek van de architect.

Vijf misverstanden over de laadpaalverplichting

  • „Wij hebben geen elektrische wagens, dus het geldt niet voor ons.” Fout: de verplichting volgt het gebouw en de parking, niet het wagenpark.
  • „Een paar versterkte stopcontacten volstaan.” Fout: in Vlaanderen telt een punt pas als laadpunt boven 3,7 kW met een Type 2- of Combo 2-aansluiting.
  • „De eigenaar regelt het wel.” Niet altijd: in Brussel ligt de verplichting bij de houder van de milieuvergunning, en elders bepaalt de huurovereenkomst wie betaalt.
  • „Pas in 2027 moeten we iets doen.” Fout: de huidige regels gelden sinds 1 januari 2025. De EPBD-richtlijn komt daar bovenop.
  • „Een laadpunt per bedrijfswagen is de veilige keuze.” Duur en zelden nodig: bedrijfswagens laden vooral 's nachts thuis, waar de kWh het goedkoopst is.

Stappenplan en timing

Wanneer

Wat

Wie

Nu

Inventaris van gebouwen, parkings en inritten; status bestaand, nieuw of gerenoveerd

Facility manager

Binnen een maand

Minimum per site berekenen, huidig en voor de EPBD-verwachting

Facility en fleet manager

Binnen twee maanden

Netcapaciteit laten controleren, bestek opstellen, drie offertes vragen

Facility manager, installateur

Binnen zes maanden

Plaatsing, AREI-keuring, gebruiksregeling, eventueel aangifte in Brussel

Installateur, erkend organisme, exploitant

Elk jaar

Brusselse aangifte, controle van de quota voor 2030, opvolging van de omzetting van de EPBD

Exploitant, facility manager

Reken voor de hele keten op enkele maanden: een netbeheerder die de aansluiting moet verzwaren, of een installateur met een volle agenda, bepaalt vaak de timing meer dan het bestek zelf. Vraag de offertes daarom tegelijk met de netstudie aan, niet erna.

Bent u vandaag nog niet in orde, dan is snelheid belangrijker dan perfectie: de boetes in Vlaanderen worden per ontbrekend punt berekend, en twee laadpunten zijn snel geplaatst.

Checklist: in orde zijn zonder te overdimensioneren

  1. Tel de parkeerplaatsen per gebouw, inclusief aangrenzende parkings, en noteer of het gebouw bestaand, nieuw of ingrijpend gerenoveerd is.
  2. Bepaal het gewest en de verantwoordelijke: eigenaar, huurder of houder van de milieuvergunning.
  3. Bereken het huidige minimum met de tabel hierboven, en het Europese minimum voor 2027.
  4. Laat de aansluiting controleren: beschikbaar vermogen, 3N400 V of 3x230 V, ruimte in het bord.
  5. Voorzie leidingen voor de verhouding van 2027 als u nu werken uitvoert.
  6. Vraag 3 offertes met dezelfde posten: toestellen, kabels, beveiliging, keuring, beheersoftware en onderhoud.
  7. Regel het thuisladen voor de bedrijfswagens die 's nachts bij de bestuurder staan; dat is waar de meeste kWh vandaan komen. Meer over de rol van laadpunten in een elektrificatieplan vindt u in ons artikel over de vergroening van het wagenpark.

Veelgestelde vragen over de laadpaalverplichting voor bedrijven

Zekerheid over uw parking, en een oplossing voor het thuisladen

De verplichting op de parking is snel berekend; de echte besparing zit in waar uw wagens 's nachts laden. Wilt u weten hoeveel laadpunten uw sites nodig hebben en hoe u het thuisladen van uw bedrijfswagens correct terugbetaalt? Neem contact op met een Voltaback-expert: in 30 minuten overlopen we uw parkings, uw wagenpark en de oplossing voor het terugbetalen van thuisladen.

Aanbevolen artikelen