Naar de inhoud
Demo
Bedrijf 16 min lezen

Eco-driving in uw wagenpark: wat zuinig rijden echt opbrengt en hoe u het volhoudt

Eco-driving in een Belgisch wagenpark: echte winst na een opleiding, plug-in hybrides, financiering van opleidingen en een rekenvoorbeeld op 100 wagens.

Aubin Aycaguer, Chief of Staff, Voltaback3 nov 2026

Bestuurder van een bedrijfswagen op een vrije weg, met de verbruiksindicator op het dashboard

Eco-driving verlaagt het verbruik tot 15 procent vlak na een opleiding, maar zonder opvolging zakt de blijvende winst terug naar 3 à 4 procent. Voor een wagenpark is de vraag dus niet of u bestuurders opleidt, maar hoe u het effect vasthoudt: een maandelijkse opvolging van verbruik en rijgedrag maakt het verschil.

Dit artikel becijfert de echte winst, overloopt wat in België anders is (snelheidslimieten per gewest, plug-in hybrides, financiering van opleidingen) en beschrijft hoe u eco-driving meet en levendig houdt zonder bestuurders te volgen. Bij Voltaback zien we het dagelijks in de data van de wagenparken die we opvolgen: wat gemeten wordt, blijft. U vindt hier ook een rekenvoorbeeld voor 50 diesel- en 50 elektrische wagens, een voorbeeldtekst voor de car policy en de fouten die de winst het vaakst tenietdoen.

Wat is eco-driving?

Eco-driving, of zuinig rijden, is een manier van rijden die het verbruik, de uitstoot en de slijtage verlaagt zonder later aan te komen. Het rust op drie pijlers:

  • De rijstijl: anticiperen, soepel optrekken, op tijd schakelen, een gematigde snelheid aanhouden.
  • De wagen: juiste bandenspanning, geen onnodige lading, regelmatig onderhoud.
  • De rit: korte ritten bundelen, files vermijden, bij een elektrische wagen voorverwarmen aan de stekker.

Voor een Belgisch bedrijf is het geen randthema. Volgens Vias institute vormen bedrijfswagens ongeveer 11 procent van het Belgische wagenpark, met minstens 595.054 ingeschreven bedrijfswagens in 2023, en ze rijden gemiddeld meer kilometers dan privéwagens. Elke procent verbruik die u op dat wagenpark wint, telt dus zwaarder dan bij een particulier. Bron: Vias institute, Bedrijfswagens en verkeersveiligheid.

Hoeveel bespaart eco-driving echt, en hoe lang?

Situatie

Verbruikswinst

Bron

Bestuurder die alle principes toepast, vlak na een opleiding

Tot 15 procent

Europees project ECOWILL (5 tot 15 procent)

Dezelfde opleiding, maanden later gemeten zonder opvolging

3 tot 4 procent

ECOWILL, Duitse metingen

Doorlopende feedback aan de bestuurder

Gemiddeld 4 tot 7 procent, 8 procent met beloningen

Project ecoDriver (universiteit van Leeds); meta-analyse van 17 studies (Sanguinetti et al., 2020)

Ongevalsrisico

10 tot 15 procent lager

Provincie Luik, gids Ecomobiliteit

Voor een business case rekent u best met 4 procent als voorzichtige hypothese en 6 procent als realistische hypothese voor thermische wagens, met maandelijkse opvolging. De 15 procent is een individueel plafond, geen resultaat voor een heel wagenpark.

De handelingen die tellen, en wat niet van de bestuurder afhangt

Deze ordegroottes zijn per handeling gemeten en tellen niet zomaar op:

  • Anticiperen in plaats van remmen: agressief rijden verbruikt in de stad tot 20 procent meer. Het is ook de handeling die slijtage en veiligheid het meest beïnvloedt.
  • Vroeg opschakelen bij een thermische wagen, rond 2.000 toeren per minuut voor een diesel en 2.500 voor benzine: tot 20 procent meerverbruik vermeden.
  • 10 km/u trager op de snelweg: 1 tot 3 liter minder op 500 km, voor ongeveer 9 minuten extra op 200 km.
  • De motor afzetten bij een stilstand van meer dan 10 seconden.
  • De (adaptieve) cruisecontrol gebruiken op de snelweg en op vlakke wegen: een constante snelheid verbruikt minder dan een snelheid die voortdurend schommelt. In heuvelachtig terrein, zoals in de Ardennen, kan de bestuurder het beter zelf doseren, omdat een gewone cruisecontrol bergop hard bijgeeft.
  • Dakkoffer en fietsendrager verwijderen als ze niet nodig zijn: 10 tot 20 procent meerverbruik vermeden.
  • De airco niet lager dan 22 °C zetten: airco voegt 1 tot 7 procent verbruik toe.
  • Geen onnodige lading meenemen: 100 kg extra verhoogt het verbruik met ongeveer 7 procent volgens Test Aankoop. Bij bestelwagens van techniekers loont een opgeruimde laadruimte.
  • Korte ritten bundelen: de eerste kilometers met een koude motor verbruiken duidelijk meer. Bij een elektrische wagen kost het opwarmen van het interieur en de batterij op korte ritten relatief veel energie.

Twee hefbomen liggen bij de fleet manager, niet bij de bestuurder. De bandenspanning: 0,5 bar te weinig betekent 2,4 procent meer verbruik. En het onderhoud: een slecht onderhouden wagen kan tot 25 procent meer verbruiken. Die stuurt u met onderhoudsalerts voor uw wagenpark.

Wat in België anders is

  • Standaardsnelheden verschillen per gewest: 70 km/u buiten de bebouwde kom in Vlaanderen, 90 km/u in Wallonië, 30 km/u als standaard in de Brusselse stad sinds 1 januari 2021. Voor een vertegenwoordiger die vooral op de snelweg rijdt, is snelheid de hefboom; voor een Brusselse technieker zijn soepel rijden en anticiperen dat.
  • Eén snelheidslimiet op de autosnelweg: 120 km/u in heel België, lager dan op de Duitse autosnelwegen zonder limiet of in de meeste buurlanden. Wie vaak naar het buitenland rijdt, verbruikt daar meer bij dezelfde rijstijl en op dezelfde trajecten; houd daar rekening mee bij het vergelijken van bestuurders.
  • Een gereguleerde brandstofprijs: de FOD Economie legt een maximumprijs vast die meerdere keren per week herzien wordt. Om uw winst te berekenen, neemt u beter de gemiddelde prijs die u echt betaalt op uw tankkaarten. Bron: FOD Economie, officiële maximumprijzen.
  • Plug-in hybrides die vooral op brandstof rijden: volgens ICCT en Fraunhofer ISI (2022) leggen plug-in hybride bedrijfswagens maar 11 tot 15 procent van hun kilometers elektrisch af, tegenover 45 tot 49 procent bij particulieren.

Bij een plug-in hybride is de eerste eco-drivingregel dus: laden. Dat heeft ook een fiscaal effect. De fossiele brandstof van een plug-in hybride die een vennootschap sinds 2026 bestelt, is niet meer aftrekbaar, terwijl de elektriciteit de kalender van elektrische wagens volgt. Hoe u de stroom die de bestuurder thuis laadt correct terugbetaalt, leest u op onze pagina thuisladen terugbetalen.

Rekenvoorbeeld: een plug-in hybride die laadt, of niet

Neem een plug-in hybride bedrijfswagen die 25.000 km per jaar rijdt, met 6 liter per 100 km op brandstof en 20 kWh per 100 km elektrisch, diesel of benzine aan ongeveer 2,43 euro per liter en thuisladen aan 0,24 euro per kWh:

Aandeel elektrische kilometers

Brandstof

Elektriciteit

Energie per jaar

13 procent (typisch voor een bedrijfswagen)

1.305 liter, 3.169 euro

650 kWh, 156 euro

3.325 euro

50 procent (een bestuurder die elke avond laadt)

750 liter, 1.821 euro

2.500 kWh, 600 euro

2.421 euro

Het verschil, ongeveer 900 euro per wagen per jaar, is groter dan wat een rijstijlopleiding bij een diesel oplevert. Voor een wagenpark met nog plug-in hybrides tot het einde van hun contract is laden dus de eerste eco-drivingles, met een laadkabel die echt in de wagen ligt en een terugbetaling die het laden thuis niet duurder maakt dan tanken voor de bestuurder.

Eco-driving met een elektrische wagen: eerst het bereik, dan de euro's

Bij een elektrische wagen weegt de rijstijl even zwaar als bij een thermische wagen, procentueel soms zelfs zwaarder: ongeveer 30 procent verschil in verbruik tussen gematigd en agressief rijden (IET Intelligent Transport Systems, 2012), 16 procent gemeten over bijna vier jaar echt rijden (Applied Energy, 2021). Wat verandert:

  • Recuperatie: wanneer u het gaspedaal lost, laadt de motor de batterij op. Bruusk remmen gaat verder dan wat de recuperatie kan opvangen.
  • De snelheid op de snelweg: die doet het bereik op lange ritten het sterkst dalen.
  • De kou: die verhoogt het verbruik duidelijk, wat vergelijkingen tussen bestuurders van seizoen tot seizoen vertekent. Voorverwarmen terwijl de wagen nog aan de stekker hangt, spaart de batterij.
  • Geen stationair draaien of toerental meer: die indicatoren verdwijnen uit de score.
  • Het laadgedrag: niet systematisch tot 100 procent laden, voor dagelijks gebruik volstaat vaak 80 procent, en de laatste procenten laden traag. Dat spaart tijd aan publieke laadpalen en de batterij op lange termijn, wat bij de inlevering van een leasewagen meetelt.

De winst in euro is kleiner dan bij een thermische wagen als de wagen 's nachts thuis laadt, maar een groter reëel bereik vermijdt stops aan snelladers, de duurste laadplek.

Rekenvoorbeeld: 50 diesel- en 50 elektrische bedrijfswagens

Hypotheses: 25.000 km per jaar per wagen; diesel aan 6,5 l/100 km en 2,428 euro per liter (maximumprijs diesel B7 van de FOD Economie op 14 oktober 2026); elektrisch aan 23 kWh/100 km inclusief laadverliezen, 's nachts thuis geladen aan 0,24 euro per kWh; 3,17 kg CO2 per liter diesel.

Wagenpark van 50 wagens, per jaar

Voorzichtige hypothese

Realistische hypothese

Diesel: 81.250 liter verbruikt

4 procent: 3.250 l, 7.891 euro, 10,3 ton CO2

6 procent: 4.875 l, 11.837 euro, 15,5 ton CO2

Diesel, per wagen

158 euro

237 euro

Elektrisch: 287.500 kWh verbruikt

8 procent: 23.000 kWh, 5.520 euro

12 procent: 34.500 kWh, 8.280 euro

Elektrisch, per wagen

110 euro

166 euro

De winst per wagen is het maximum dat u aan een opleiding kunt uitgeven om ze binnen een jaar terug te verdienen op energie alleen, nog vóór het effect op schadegevallen. Maak de berekening voor uw eigen wagenpark met de simulator besparingen telematica.

Rekenvoorbeeld: één elektrische wagen en zijn bereik

Neem een elektrische wagen met een bruikbare batterij van 75 kWh en een technieker die een dagronde van 300 km rijdt:

Rijstijl

Verbruik

Reëel bereik

Dagronde van 300 km

Soepel

20 kWh/100 km

375 km

Zonder laadstop

Gemiddeld

23 kWh/100 km

326 km

Zonder laadstop, met een kleine marge

Agressief (16 procent meer)

26,7 kWh/100 km

281 km

Laadstop nodig

Bij een agressieve rijstijl kost de dagronde een stop aan een snellader: zo'n 15 kWh aan ongeveer 0,65 euro in plaats van 0,24 euro thuis, plus 20 minuten van een technieker die niet bij een klant is. Klein per dag, maar op 200 werkdagen en 10 techniekers loopt het op tot duizenden euro. In de winter krimpt het bereik nog, en wordt de marge van de gemiddelde rijstijl nul.

De winst die niet op de tankkaart staat

De besparing op energie is de zichtbaarste, niet altijd de grootste. Een soepele rijstijl werkt ook op:

  • Banden en remmen: minder bruusk optrekken en remmen betekent minder slijtage, een post die bij zware elektrische wagens met veel koppel snel oploopt.
  • Schadegevallen: het lagere ongevalsrisico weegt op de franchises, de stilstand van wagens en op termijn op de premie van het hele wagenpark.
  • Verkeersboetes: een gematigde snelheid voorkomt boetes die de werkgever moet beheren of doorrekenen.
  • De CO2-rapportering: liters en kWh die niet verbruikt worden, verlagen de uitstoot die u rapporteert in uw duurzaamheidsverslag.
  • Inleveringskosten: een wagen die soepel gereden werd, komt in betere staat terug bij de leasemaatschappij.

Die posten zijn moeilijker toe te wijzen aan eco-driving alleen. Volg ze toch op voor en na de lancering: ze maken de business case sterker dan de brandstof alleen.

Bestelwagens en techniekers: andere hefbomen

Een bestelwagen in dienst van een technieker of een leverancier rijdt anders dan een wagen van een vertegenwoordiger: veel stops, korte ritten in de stad, een zware lading. De hefbomen verschuiven:

  • Stationair draaien om de cabine warm of koel te houden tijdens een interventie, vaak de grootste verspilling bij een thermische bestelwagen.
  • De lading: materiaal dat al maanden meerijdt zonder gebruikt te worden.
  • De planning: een goed geplande ronde vermijdt dubbele kilometers, een hefboom die bij de planner ligt, niet bij de bestuurder.
  • De bandenspanning met een wisselende lading, te controleren bij elke tankbeurt of laadbeurt.

Voor bestuurders met een rijbewijs C of D (vrachtwagens en bussen) is de nascholing voor de code 95 verplicht, en eco-driving kan er een module van zijn. Voor bestelwagens tot 3,5 ton, die met een rijbewijs B gereden worden, bestaat die verplichting niet.

Wat u meet: de eco-rijscore

Een eco-rijscore vat de rijstijl samen op basis van de gegevens van de wagen: bruusk optrekken en remmen per 100 km, hoog toerental, aandeel van de tijd aan hoge snelheid, stationair draaien en het reële verbruik in l/100 km of kWh/100 km. Drie regels maken de score eerlijk:

  • Gebeurtenissen per kilometer tellen: 10 keer bruusk remmen op 3.000 km is niet hetzelfde als 10 keer op 300 km.
  • Vergelijken bij gelijk gebruik: elke bestuurder met zijn eigen historiek, of met een homogene groep (zelfde soort ritten, zelfde seizoen).
  • Een trend over drie maanden volgen: één keer bruusk remmen heeft misschien een ongeval vermeden.

De basis van elke meting zijn de exacte kilometers per wagen; hoe u die automatisch verzamelt, leest u in ons artikel over kilometers van uw wagenpark opvolgen.

Het resultaat becijferen zonder uzelf te bedriegen

Een besparing aantonen lijkt eenvoudig: het verbruik na de opleiding vergelijken met dat ervoor. In de praktijk vertekenen drie factoren het resultaat:

  • De seizoenen: vergelijk dezelfde maanden van twee jaren, of corrigeer voor de temperatuur. Een opleiding in het voorjaar lijkt anders spectaculair, gewoon omdat de zomer eraan komt.
  • De kilometers en het soort ritten: reken in liter of kWh per 100 km, niet in totale liters, en vergelijk bestuurders met hetzelfde soort ritten.
  • De wagens: een wagen die tussendoor vervangen werd door een zuiniger model, hoort niet in de vergelijking.

Werk dus met een referentieperiode van minstens twee à drie maanden vóór de lancering, een controlegroep als het wagenpark groot genoeg is, en een meting per bestuurder. Dan kunt u na een jaar met overtuiging zeggen hoeveel liters, kWh en ton CO2 eco-driving opgeleverd heeft, en of de opleiding haar geld waard was.

Bestuurders opleiden in België: formaat, verplichting en financiering

Een eco-drivingopleiding voor een wagen of bestelwagen duurt een halve tot een hele dag: een referentierit, theorie, dan een tweede gemeten rit. Vraag de opleider het verbruik van elke deelnemer op beide ritten: dat is uw vertrekpunt om het effect in de maanden erna te meten.

  • Verplichting: geen enkele voor bestuurders van bedrijfswagens. De werkgever moet het verkeersrisico wel opnemen in zijn risicoanalyse (wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers). Voor beroepschauffeurs van vrachtwagens en bussen kan de verplichte nascholing voor de code 95 een eco-drivingmodule bevatten.
  • Sectorfondsen: afhankelijk van uw paritair comité kan het opleidingsfonds van de sector een deel van opleidingen rond veiligheid of milieu betalen. Vraag het na vóór u bestelt.
  • KMO-portefeuille in Vlaanderen: kleine ondernemingen kregen 30 procent en middelgrote 20 procent steun op opleidingen. Het budget voor 2026 is echter opgebruikt en de Vlaamse regering besliste de maatregel stop te zetten; nieuwe aanvragen zijn niet meer mogelijk. Bron: VLAIO.
  • Opleidingscheques in Wallonië: voor vestigingen in Wallonië betaalt de werkgever de helft van het opleidingsuur en het gewest de andere helft, via een erkende opleider.
  • Verzekeraar van het wagenpark: sommige verzekeraars bieden hun klanten een opleiding defensief rijden aan.

Een Belgisch voorbeeld: de stad Gent stuurde 45 medewerkers naar een intensieve eco-drivingopleiding en koos hen op basis van hun brandstofverbruik en hun jaarlijkse kilometers. Dat is de juiste logica voor elk wagenpark: begin bij de bestuurders waar elke procent het meest oplevert, in plaats van iedereen tegelijk op te leiden. Bron: CIVITAS, eco-driving for Ghent employees.

Eco-driving levendig houden zonder bestuurders te volgen

De animatie dient om de winst vast te houden. Ze werkt als ze aan de kant van persoonlijke vooruitgang blijft:

  • elke bestuurder ziet zijn eigen score en verbruik, zonder opgelegde rangschikking met namen;
  • challenges per site of per team over een kwartaal, op vooruitgang in plaats van op de beste absolute score;
  • eco-driving opgenomen in de car policy als verwachting, niet als reden voor sancties.

Een eco-rijscore heeft de locatie van de wagen niet nodig. Onder de GDPR moet u wel vooraf informeren: welke gegevens naar het bedrijf gaan, met welk doel en hoe lang ze bewaard worden. Licht ook de ondernemingsraad of de vakbondsafvaardiging in, als die er zijn, vóór de lancering. Het volledige kader, inclusief de regels van de Gegevensbeschermingsautoriteit, staat in ons artikel over geolocatie van bedrijfswagens.

Ideeën om het levendig te houden

  • Een kwartaalthema: in de winter voorverwarmen aan de stekker en bandenspanning, in de zomer de airco en de dakkoffer, voor de vakantie de snelheid op de snelweg.
  • Een challenge per site: de site die haar gemiddelde verbruik het meest verbetert ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar, krijgt een gezamenlijke beloning, bijvoorbeeld een teamactiviteit.
  • Korte feedback in plaats van lange rapporten: één cijfer per maand in de bestuurdersapp (verbruik en score) en één tip die past bij wat de bestuurder het meest kost.
  • Peters en meters: bestuurders met een goede score die nieuwe collega's een rit begeleiden, vaak overtuigender dan een externe opleider.

Eco-driving in de car policy: een voorbeeldtekst

Een korte, positieve formulering werkt beter dan een lijst met verboden. Bijvoorbeeld: "Het bedrijf verwacht van elke bestuurder een veilige en zuinige rijstijl. Om daarbij te helpen, ziet elke bestuurder in de app zijn verbruik en zijn eco-rijscore. Het bedrijf ontvangt deze gegevens enkel per wagen en per maand, zonder locatie, om het wagenpark te beheren en de voortgang per team te bespreken. De score leidt niet tot sancties. De gegevens worden 12 maanden bewaard." Pas de bewaartermijn en de ontvangers aan uw situatie aan, en laat de tekst nalezen door uw functionaris voor gegevensbescherming.

Eco-driving en privacy: wat het bedrijf moet weten

Een eco-rijscore is een persoonsgegeven: ze zegt iets over het gedrag van een identificeerbare werknemer. Vier regels houden de opvolging conform:

  • Een duidelijk doel: verbruik en veiligheid verbeteren, niet de werktijd of de ritten controleren. Gegevens die voor eco-driving verzameld worden, gebruikt u niet voor een ander doel.
  • Proportionaliteit: enkel de gegevens die nodig zijn voor de score (gebeurtenissen per kilometer, verbruik), geen locaties en geen tijdstippen per rit.
  • Transparantie: elke bestuurder weet vooraf wat gemeten wordt, wie het ziet en hoe lang het bewaard wordt. Er bestaat geen specifieke cao voor telematica; de principes van cao nr. 81 over de controle van elektronische communicatie (finaliteit, proportionaliteit, transparantie) worden vaak naar analogie toegepast.
  • Overleg: in een onderneming met een ondernemingsraad kan de invoering van een nieuw systeem onder de informatie- en overlegplicht van cao nr. 39 over nieuwe technologieën vallen. Bij systematische opvolging van werknemers is een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (DPIA) aan te raden.

De Gegevensbeschermingsautoriteit herinnert eraan dat de werknemer recht heeft op inzage in zijn gegevens. Een bestuurdersapp waarin hij zijn eigen score ziet, beantwoordt die vraag meteen.

Wat de bestuurder erbij wint

Eco-driving werkt beter als de bestuurder er zelf iets aan heeft. Hij rijdt rustiger en komt minder vermoeid aan, zeker na een lange dag op de baan. Hij loopt minder risico op een ongeval, een boete of een franchise bij schade. Met een elektrische wagen haalt hij zijn ritten zonder laadstop, wat tijd en stress spaart. En met een plug-in hybride of een mobiliteitsbudget waarin hij zelf een deel van de energie draagt, ziet hij de besparing rechtstreeks. Toon die winst in de communicatie, niet enkel de besparing van het bedrijf.

Wie doet wat bij de lancering van eco-driving

Stap

Wie

Duur

Het reële verbruik per wagen en de exacte kilometers meten

Fleet manager

2 tot 3 maanden gegevens

Eerst de veelrijders en de verbruiken die het verst van hun groep afwijken aanpakken

Fleet manager

Eén analyse

Bestuurders en vertegenwoordigers informeren over de opgevolgde gegevens

HR

Vóór de lancering

Opleiden, met twee vergeleken ritten

Opleider

Halve tot hele dag

De score elke maand opvolgen, per team bespreken elk kwartaal

Bestuurder en fleet manager

Doorlopend

Liters of kWh, CO2 en vermeden schadegevallen becijferen

Finance, duurzaamheid

Jaarlijks

Rapporteer elk kwartaal op één pagina aan de directie: verbruik per 100 km per groep van wagens tegenover dezelfde periode vorig jaar, liters en kWh vermeden, ton CO2 vermeden, aantal schadegevallen, en de twee acties voor het volgende kwartaal. Zo blijft eco-driving een beheerthema in plaats van een eenmalig project.

Het effect op de totale kost ziet u in onze analyse van de TCO van een bedrijfswagen, en de plaats van eco-driving in een elektrificatieplan in ons artikel over de vergroening van het wagenpark.

Fouten om te vermijden

  • Een eenmalige opleiding zonder meting. De winst zakt binnen enkele maanden terug, en u kunt het niet aantonen.
  • Een rangschikking met namen aan de muur. Ze demotiveert wie onderaan staat, vaak omdat hij in de stad of met een zware lading rijdt.
  • Thermische en elektrische wagens in dezelfde score vergelijken. Toerental en stationair draaien bestaan niet bij een elektrische wagen; vergelijk binnen dezelfde groep.
  • De seizoenen negeren. Een elektrische wagen verbruikt in de winter duidelijk meer; vergelijk januari met januari, niet met juli.
  • Sanctioneren in plaats van begeleiden. Een score die tot sancties leidt, wordt gecontesteerd en door de vakbonden geblokkeerd.
  • Te veel indicatoren tegelijk. Een bestuurder onthoudt één of twee aandachtspunten per maand, geen tabel met tien criteria. Begin met anticiperen en snelheid.
  • De wagen vergeten. Een te lage bandenspanning of een uitgestelde onderhoudsbeurt maakt de inspanning van de bestuurder ongedaan.

Wat dat concreet verandert met Voltaback

De telematica van Voltaback berekent de eco-rijscore op basis van de gegevens die de verbonden wagen zelf doorgeeft, zonder box en zonder installatie, voor thermische, hybride en elektrische wagens van meer dan 48 merken (wagens van vóór 2020 zijn soms moeilijker te verbinden). De score komt samen met het verbruik, de kilometerstand, de alerts en het rapport over vermeden CO2 in uw beheertool, en in de bestuurdersapp waar elke bestuurder zijn eigen vooruitgang volgt. Het bedrijf krijgt nooit de locatie van de bestuurders; het platform is ISO 27001-gecertificeerd.

Voor elektrische wagens betaalt hetzelfde platform het thuisladen terug aan de werkelijke kost of het CREG-tarief. Voltaback steunt op de MID-gecertificeerde meter van de woning, niet op een losse kabelmeter, met een nauwkeurigheid die een onafhankelijke derde partij heeft geaudit (afwijking van 1,22 procent).

Veelgestelde vragen over eco-driving in een wagenpark

Maak van eco-driving iets wat u meet

Opleiden is de eerste stap, meten maakt de opleiding rendabel. Vraag een demo van de telematica: in 30 minuten ziet u welke wagens van uw wagenpark verbonden kunnen worden en hoe de eco-rijscore er in uw beheertool uitziet.

Bronnen

Aanbevolen artikelen